
Amsterdammers zijn sterk verdeeld over de aankondiging van het college dat alle coffeeshops binnen 250 meter loopafstand van middelbare scholen moeten sluiten: 42% is voor deze maatregel en 43% tegen, de rest heeft geen mening.
Wel duidelijk zijn Amsterdammers over het algemene beleid te aanzien van coffeeshops: iets meer dan de helft (54%) wil verdergaande regulering, waarbij een oplossing wordt gezocht voor de zogenoemde 'achterdeurproblematiek', de levering van softdrugs aan coffeeshops. Dertig procent zou sofdrugs volledig willen legaliseren en 10% zou ze volledig willen verbieden. Dit blijkt uit een enquête van O+S in opdracht van AT5.
Coffeeshopstelsel behouden
De meeste Amsterdammers (59%) volgen het debat over het mogelijke
sluiten van coffeeshops die dicht bij scholen gevestigd zijn op
hoofdlijnen, 18% volgt het nauwgezet en de rest niet of
nauwelijks. In het debat staan het kabinet en veel burgemeesters
van grote gemeenten tegenover elkaar. Het kabinet wenst sluiting
van coffeeshops dicht bij scholen, de burgemeesters verwachten
daarvan alleen een toename van criminaliteit en geen vermindering
van softdruggebruik. De gemeente Amsterdam pleit voor het behoud
van het coffeeshopstelsel. De door het Rijk opgelegde maatregel
coffeeshops dicht bij scholen te sluiten, krijgt invulling door
coffeeshops die op minder dan 250 meter loopafstand van een
middelbare school gevestigd zijn te sluiten. Het betreft 43
coffeeshops die voor eind 2011 zouden moeten sluiten. Dat blijkt
uit de nota Het Amsterdamse coffeeshopbeleid 2008 die door
B&W is vastgesteld en vrijgegeven voor behandeling door de
Raad en voor inspraak.
Amsterdammers, zo blijkt uit de enquête, zijn er geen voorstander van de 250-metergrens te verruimen. Tegen de 33% die meer afstand tussen scholen en coffeeshops zou wensen, staat 45% die minder afstand wenselijk achten of 250 meter een goed criterium noemen; 22% heeft geen mening over het precieze afstandscriterium.
Omwonenden vaker tegen sluiting
Nadere
analyse leert dat hogeropgeleiden (HBO+) vaker tegen sluiting
zijn dan lageropgeleiden: 50% van de hogeropgeleiden is tegen
sluiting en 37% voor; bij lageropgeleiden is 46% voor en 35%
tegen sluiting. Ten aanzien van leeftijd is ook sprake van
verschillen: jongeren (<40 jaar) zijn in meerderheid tegen
sluiting (52%), terwijl ouderen iets vaker voor dan tegen
sluiting zijn. Ten slotte blijkt dat Amsterdammers die naar eigen
zeggen in de buurt van een coffeeshop wonen vaker tegen dan voor
sluiting zijn; voor wie niet in de buurt van een coffeeshop woont
is dat precies omgekeerd. Overigens kan dit verband heel goed
worden ontstaan doordat bijvoorbeeld jongeren en hogeropgeleiden
vaker in de buurt van coffeeshops wonen.
Verdergaande regulering
gewenst
Samengevat geldt dat voor veel
Amsterdammers de combinatie school coffeeshop gevoelig ligt.
Ongeveer de helft is voor sluiting van dicht bij scholen gelegen
coffeeshops. In meer algemene zin zijn Amsterdammers veel vaker
voor het legaliseren (30%) van softdrugs dan voor het verbieden
(10%) ervan; veruit de grootste groep (54%) zou echter
verdergaande regulering wensen. Mogelijk brengt het debat over de
onlangs vrijgegeven nota Het Amsterdamse coffeeshopbeleid 2008
meer zicht op (de effectiviteit van) concrete maatregelen en meer
tekening in de opvattingen van Amsterdammers over de concrete
invulling van het afstandscriterium.


