In 1996 is een officiële tippelzone ingericht aan de Theemsweg in het Westpoortgebied. Met de tippelzone wilde de gemeente de straatprostitutie concentreren en de overlast reguleren. Ook moest de tippelzone de veiligheid en de onderhandelingspositie van de prostituees verbeteren.
Net als in veel andere Europese steden, werd ook de straatprostitutie in Amsterdam in de jaren zeventig steeds meer gekenmerkt door de aanwezigheid van vrouwen die verslaafd waren aan drugs. Nederlandse, maar ook vele Duitse vrouwen verwierven inkomsten voor hun verslaving door straatprostitutie.
Straatprostitutie vond in de jaren tachtig vooral plaats in de Utrechtsestraatbuurt. Later verplaatste deze zich achtereenvolgens naar de De Ruijterkade en naar het einde van de Piet Heinkade in het Oostelijk havengebied.
Mede door hun drugsgebruik verkeerden de prostituees in die tijd vaak in slechte gezondheid. De GG&GD opende daarom voor deze groep een speciale avondpolikliniek, terwijl een groep katholieke religieuzen de zorg verder uitbreidde met een geïmproviseerde huiskamer, het Mirjamhuis. In de huiskamer hielden GG&GD (PPP, Prostitutie en Passanten Project en de afdeling SOA-bestrijding) en AMOC spreekuur voor de prostituees.
Tippelen aan de Theemsweg
In 1996 is een officiële tippelzone ingericht aan de Theemsweg in
het Westpoortgebied. Met de tippelzone wilde de gemeente de
straatprostitutie concentreren en de overlast reguleren. Ook
moest de tippelzone de veiligheid en de onderhandelingspositie
van de prostituees verbeteren.
Aanvankelijk kwamen er weinig prostituees op de tippelzone aan de Theemsweg. Met name de verslaafde vrouwen bleven weg. Zij vonden de locatie moeilijk bereikbaar en bovendien was er geen mogelijkheid om drugs te kopen en te gebruiken.
In de loop der jaren werd de tippelzone drukker bezocht. Vooral de opheffing van het bordeelverbod in 2000 leidde tot meer aanloop op de Theemsweg. In de gelegaliseerde bordelen en ramen werd streng gecontroleerd op illegaliteit. De illegale prostituees weken uit naar de tippelzone omdat daar veel minder toezicht was.
Tegelijk met de opening van de tippelzone op de Theemsweg is ook daar weer een huiskamer geopend (geëxploiteerd door HVO-Querido). Vanuit de GG&GD werden er medische en verpleegkundige spreekuren gehouden. Hierdoor was hulpverlening in de vorm van voorlichting aan prostituees en controle op geslachtsziekten van SOA/HIV mogelijk.
Georganiseerde criminaliteit
In 2001 nam het aantal prostituees op de zone sterk toe, wat
deels te danken was aan een sterke toename van het aantal
illegale vrouwen uit Oost-Europa. Er was een aanzienlijke invloed
van de georganiseerde criminaliteit in de vorm van vrouwenhandel.
Illegaliteit zorgde voor een toegenomen kwetsbaarheid van veel
vrouwen.
Het werd zelfs zo druk, dat de situatie onbeheersbaar werd. Het aantal geweldsincidenten nam toe, er waren aanwijzingen van vrouwenhandel en gedwongen prostitutie en uitbuiting.
Het stellen van een maximum aantal aanwezige prostituees, het nemen van maatregelen tegen illegale prostitutie door minderjarigen en onvrijwillige prostitutie, en het instellen van een tippelverbod sorteerden niet het gewenste effect. De overlast was te groot en de georganiseerde criminaliteit te zeer aanwezig. De Theemsweg werd uiteindelijk in december 2003 gesloten.
Na de zone
Na het sluiten van de zone bestond de vrees dat straatprostitutie
weer terug zou keren in Amsterdam. Uit onderzoek is echter
gebleken dat sluiting van de tippelzone aan de Theemsweg niet
heeft geleid tot toename van straatprostitutie elders in de stad.
Per dag werken in Amsterdam naar schatting maximaal 50 vrouwen in
de straatprostitutie. Zij zijn veelal aan drugs verslaafd, kennen
de weg naar de zorgverlening, maar werkten niet eerder aan de
Theemsweg.
In hetzelfde onderzoek, dat ook naar andere illegale vormen van prostitutie keek, werden wel aanwijzingen gevonden voor het bestaan van verborgen prostitutie in Amsterdam-Zuidoost en in beperkte mate in Amsterdam-West. Daarbij zouden ook jonge meiden betrokken zijn.